‘Maar Noach vond genade in de ogen van de HEERE’ — niet omdat hij een geestelijke reus was, maar een heel gewoon mens te midden van een slechte generatie. Gods genade matigt de realiteit van zonde en oordeel door een goddelijk ‘maar,’ onverklaard en onverdiend. Door heel de Bijbel heen, van vóór de schepping af, zet die genade mensen in beweging om God te vertrouwen en te gehoorzamen. Wat onderscheidt jou van je cultuur, behalve die onverdiende gunst?

