‘Wij hebben bij niemand brood gegeten voor niets.’ Werken en vertrouwen horen in Gods orde bij elkaar. De Heere voorziet vaak juist door het werk dat Hij ons geeft. Daarom worden wij gewaarschuwd voor zowel luiheid als rusteloos zwoegen. Onze zekerheid ligt niet in onze inspanningen, maar in de God die geeft wat wij nodig hebben. Te midden van een materialistische wereld leert Hij ons tevreden te zijn met Zijn zorg.

