Kaleb leek geen bijzonder man. Maar in het gewone leven had God zijn hart gevormd. Terwijl anderen zeiden: ‘Wij waren in onze eigen ogen als sprinkhanen’, vertrouwde hij op Gods kracht en trouw. Tegen de stroom in riep hij het volk op tot gehoorzaamheid. Hij wist dat overwinning niet rust op menselijke kracht, maar op Gods belofte. Zo blijkt dat God geen reuzen zoekt, maar gewone mensen die Hem eenvoudig vertrouwen.

