‘Niet bedroefd zoals ook de anderen, die geen hoop hebben.’ Paulus spreekt tot harten die rouwen, maar niet zonder verwachting. ‘Hen die in Jezus ontslapen zijn’ noemt hij hen die gestorven zijn — tijdelijk afwezig, niet verloren. Onze tranen zijn echt, maar niet leeg. ‘God zal hen terugbrengen met Hem.’ In het afscheid klinkt al het ‘tot ziens’, gedragen door een levende hoop die sterker is dan de dood.

