Elia belandt in de woestijn wanneer hij zijn omstandigheden groter ziet dan God. Vermoeidheid, zelfbeklag en een verstoord perspectief drukken hem neer. Toch laat de Heere hem niet achter. Zonder verwijt komt Hij nabij, verkwikt hem en spreekt opnieuw tot hem. Het dal blijkt geen eindpunt, maar een plaats van zorg en voorbereiding. Wie daar terechtkomt, mag weten: God blijft aanwezig en voltooit wat Hij begon.

