“Wat is het dat zulke verschillende mensen samenbrengt? Jezus Christus.” Zonder Hem “is er geen goede verklaring voor het gemeenschappelijke leven van deze christenen.” De kerk leeft uit “één brood en één beker,” gevoed en verenigd door Christus, “het Brood des levens.” Wie in Hem gelooft, wordt opgenomen in “het huisgezin van het geloof,” een familie met eeuwigheidskarakter. “Als één lid lijdt, lijden alle leden mee.” Sta stil bij het voorrecht om tot dit lichaam te behoren.

