In een tijd van ballingschap en duisternis klinkt Gods troostende stem. “Eens waren ze een volk dat in duisternis wandelt, maar nu zien ze een groot licht.” Er is maar één boodschap die harten verkwikt en hoop brengt: “Zie, uw God!” De beloofde heerlijkheid is geopenbaard. “Het licht schijnt in de duisternis” — en verdrijft haar.

